Zusjesdag

Elke maand wordt het gat in zijn broek groter, zijn bril schever, zijn verhalen sterker en zijn bierbuik dikker. Sinds mijn broer lid is van een dispuut, zijn hij en zijn smurfblauwe sweater onafscheidelijk. Geen idee wat hij uitspookt met zijn medesmurfers, waarschijnlijk wíl ik dat ook helemaal niet weten.

Toch ga ik het met eigen ogen zien, die blauwe bende. Vandaag is het namelijk zusjesdag. Alle mededisputers van mijn broer halen hun zusje naar het zonnige zuiden, om ze de ins and outs van Waldolala te laten zien. Van tevoren krijg ik een – zeer – crypische brief, waarin me wordt gemeld dat de Waldolala-mannen samen met hun zusje de top willen bereiken. Oh god, ik zie mezelf al een van de Maastrichtse bergen opklauteren.

In stamkroeg ‘De Kruk’ ontmoet ik om twaalf uur mijn broer en de andere Waldolala-mannen. Samen met drie zusjes in totaal. Flinke opkomst. Gelukkig zijn broertjes vandaag ook welkom. Allemaal krijgen we een broodje boterhamworst. Plus ons eerste glas bier van de dag – en zeker niet de laatste. Intussen pakken we ons kado uit. ‘Waldolala, mijn broer is stoer,’ prijkt een paar minuten later op mijn borst.

De barre tocht door de Maastrichtse bergen, blijkt een klimavontuur in een hal te zijn. De mannen – in strak aangesnoerde tuigjes, jawel – zijn niet te beroerd soms eens een zusje met de handen in haar taille te ondersteunen. Ondertussen schuiven de meterslange glazenhouders met ‘daar moet op gedronken worden’ leuzen voorbij en als de voorzitter een speech wil houden, is het blijkbaar traditie om daar dwars doorheen chansons van het type ‘mijn zusje heeft een sexy duster’ te zingen. Ik kijk met open mond toe, net als de andere verbouwereerde broertjes en zusjes.

Een paar uur later sta ik met mijn ‘mijn broer is stoer-shirt’ in de bar van de studentenvereniging. Andere disputen hebben hun familiedagen handig op dezelfde dag gepland, dus vaders van een vrouwendispuut staan te hakken met de moeders van een mannendispuut. Iedereen vraagt me wiens zusje ik ben en ik krijg vele handjes van vele meisjes. Goh.

Een paar flessen wijn en fusten bier later gaan we naar huis. Van een dispuutshuis kun je geen droominterieur verwachten, dus ik kijk niet raar op als een opengeknipte vuilniszak dienst doet als gordijn in de slaapkamer van mijn broer. Oh, en het raam kan niet dicht. Net voordat we ons bed in willen schuiven, krijgt hij een smsje. Of hij per se bij mij moet slapen? Ik grinnik. Tuurlijk niet, ik als zusje gun hem alle mogelijke vrouwelijke aandacht. Dus lig ik ’s nacht alléén, met het geluid van een klapperende vuilniszak en een stel koude tenen in het bed van mijn broer.

Als ik wakker word is hij er weer, mét verse croissants. Als ik omhoog kijk, zie ik het enige fotolijstje dat hij in zijn kamer heeft staan. Met een foto van mij erin. “Je vond het toch wel leuk gister hè?” vraagt hij ineens een tikkie onzeker. Ineens weet ik weer waarom ik deze blauwe smurf zo leuk vind. Hij is en blijft mijn grote broer. Hoezee, lang leve zusjesdag!

Foto: maxpixel.freegreatpicture.com

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *